zondag 11 juni 2017

Vier fases in bewustzijn

Wanneer je boos, verdriet of bang bent wil je vaak maar een ding en dat is er vanaf komen. Alle aandacht focust zich op die ene emotie of die ene gedachte. Het gevoel van eenheid, heelheid, vreugde en ontspanning is weg. Het pad begint met het besef dat je in een vernauwing zit.  

Vier fases in bewustzijn


1. Ik ervaar

Je bewustzijn valt samen met wat je voelt er ervaart in het moment. Je identificeert jezelf met wat er gebeurt en wat jij voelt en ervaart. Op dit moment zit je vast in de ‘emotie-gedachten’-spiraal. Je koppelt IK, degene die ervaart, aan de emoties en gedachten.

Besef: Ik ben boos, ik vind ..... Ik voel dit en dat….
Je zit in de emoties en valt samen met de emoties. Je reageert op en reageert vanuit de gedachten en emoties omdat je denkt dat jij je gedachten en emoties bent. Omdat je je verbind met emoties en gedachten zul je je waarschijnlijk onrustig voelen. Verandert de emotie, dan verander jij. 


2. Ik neem waar

Je koppelt ‘Ik’ los van je emoties. Er ontstaat een besef dat er een waarnemer is, een onderscheid tussen object en subject. Je bent je bewust van je emoties, gedachten en fysieke gewaarwordingen. Er is een dieper besef dat jij niet je emoties bent. Jij bent ook niet gelijk aan je gedachten. Je kunt ze immers waarnemen. Er is een onderscheid tussen de waarnemer en het  ‘waargenomen object’.

Besef: Ik ben de waarnemer. Ik neem de emoties, gedachten en fysieke gewaarwordingen waar.
Er ontstaat een kleine ruimte, een afstand. Je ziet wat er is. Je bent je bewust dat je in de emotie zit.  Je kunt de emoties en gedachten waarnemen, je kunt ze zien ontstaan, komen en weer gaan. Het waarnemen helpt dat je niet direct op alle emoties hoeft te reageren. 

Je verbind je met de waarnemer. Omdat jij je verbind met de waarnemer zul je je rustiger voelen. Verandert de emotie, dan verander jij zeer weinig mee. Jij bent een klein beetje verbonden met de emotie. Je voelt nog steeds de neiging om je te verbinden met de emoties en dit gebeurt ook. Je valt af te toe weer terug naar niveau 1. Je maakt het persoonlijk. Je wisselt van waarnemer naar betrokkene. Je bent niet meer de getuige, maar deelnemer. Op dat moment wordt je je weer bewust en ben je je weer bewust dat je waarneemt. Je bent weer de waarnemer.


3. Ik ben bewustzijn

Je bent je bewust dat er iets is wat waarneemt. Je bent je bewust dat er op een bepaald moment een emotie ontstaat en tegelijkertijd ook andere emoties en gevoelens zijn. Je hebt een besef van heelheid waarin je emoties een plekje hebben. Je kunt ze zien voor wat ze zijn, iets wat ontstaat en gaat en wat waargenomen kan worden.
Besef: Ik ben waarnemer verbonden met eenheid
Er zijn emoties aanwezig en een besef van aanwezigheid. Hierdoor kun je zien wat er is zonder er volledig in te zitten. Je voelt iets, echter hoeft er niet op te reageren. Op dit moment ben je je bewust dat er iets is wat bewust is. Eenheid met alles wat er is.
Je verbind je met aanwezigheid. Je ervaart innerlijke rust. Wanneer de emotie verandert blijf jij er rustig onder. Jij bent niet de emotie.


4. Bewustzijn

Je bent bewustzijn. Er is geen ik meer die je iets influistert of een waarnemer die waarneemt. Er is eenheid met wat er is. Alleen bewustzijn is over, iets onnoembaars wat geen woorden te geven. Het besef van ik verdwijnt volledig naar de achtergrond.
Er zijn geen oordelen meer aanwezig en daarmee ook geen emoties. Gevoelens zijn er wel en worden opgenomen in het bewustzijn wanneer ze komen en vervolgens weer laten gaan.

Geen opmerkingen: